Bij de berekening van het onderhoudsgeld voor de kinderen wordt onder meer rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen, de verblijfsregeling, het kindergeld, de kinderkost en vooral: het inkomen van beide ouders.
Voor de algemene principes over de berekening van het onderhoudsgeld verwijzen we naar onze LeidRAAD: ‘Hoe wordt het onderhoudsgeld voor de kinderen berekend?’. Download deze LeidRAAD hier.
Eén van de belangrijkste elementen voor het bepalen van het onderhoudsgeld is het inkomen van de ouders.
Zijn beide ouders werknemer, dan is het simpel. De rechter baseert zich op de gegevens uit het meest recente aanslagbiljet van de personenbelasting om te bepalen hoeveel de ouders verdienen.
Let wel: er wordt niet enkel gekeken naar wat men effectief verdient, maar ook naar het verdienvermogen. Bewust halftijds gaan werken om zo te proberen onder de onderhoudsverplichting uit te geraken is dus geen goed idee. Familierechters stellen zich de vraag: wat zou iemand van dezelfde leeftijd, met hetzelfde diploma en dezelfde ervaring kunnen verdienen?
Het is heel wat moeilijker wanneer één van de ouders zelfstandige of zaakvoerder van een vennootschap is.
Tom kan immers in zijn eenmanszaak zijn inkomsten drukken door heel wat beroepskosten in te brengen. Wanneer de tandartspraktijk van Tom zich op hetzelfde adres als de gezinswoning bevindt, zou hij gemakkelijk heel wat kosten die eigenlijk grotendeels ‘privé-kosten’ zijn als beroepskost kunnen aangeven. Denk maar aan de elektriciteit, het water, het toiletpapier, … .
De vraag moet dus gesteld worden of alle ingebrachte kosten ook effectief beroepskosten zijn. Werden er geen kosten ingebracht die niets met het beroep te maken hebben?
Bijkomend voert Tom het bleachen van tanden bij zijn patiënten misschien geregeld uit maar laat hij zich hiervoor niet officieel betalen?
Is één van de ouders dus zelfstandige (eenmanszaak), dan zal de familierechter de nodige boekhoudkundige stukken opvragen en wordt onderzocht:
- Wat is de omzet en wat is de winst?
- Wat zijn de voordelen die de ouder als zelfstandige geniet: betaalt de eenmanszaak ook zijn nutsvoorzieningen, de wagen, de gsm, …?
Wanneer Tom bestuurder of zaakvoerder is van een vennootschap (BV Dentalism) en zijn beroepsbezigheid via deze vennootschap organiseert, dan is het bepalen van het verdienvermogen nóg moeilijker.
Tom kan immers de winsten van de vennootschap reserveren in plaats van ze aan zichzelf uit te keren om zo een minder hoog inkomen te hebben.
Bij het bepalen van de onderhoudsbijdrage kan echter rekening worden gehouden met de gereserveerde winsten of reserves in zijn eigen vennootschap. Een reserve binnen een vennootschap die geen specifiek investeringsdoel heeft (en dus eigenlijk enkel een ‘oppotfunctie’ heef) of een werkelijke liquidatiereserve is, kan immers betekenen dat er een hoger loon kan uitbetaald worden aan Tom waarmee dan rekening moet worden gehouden bij de bepaling van de onderhoudsbijdrage.
Om deze reden zal de familierechtbank dan ook eisen dat de jaarrekeningen en de grootboekrekeningen van de vennootschap worden bijgebracht. Zo kunnen deze reserves nagegaan worden, kan bekeken worden welke voordelen in natura de zaakvoerder geniet en hoe zijn rekening-courant in elkaar zit.
Is het op basis van de boekhouding nog niet duidelijk wat Tom verdient of zou kunnen verdienen, dan kan de familierechter ook hier weer naar het verdienvermogen kijken en zich de vraag stellen: ‘Wat had Tom kunnen verdienen als hij in dezelfde functie als werknemer zou werken?’.
Je inkomen verstoppen of manipuleren als zelfstandige vlak vóór of tijdens een echtscheidingsprocedure? Geen heel goed idee dus!